menu_icon

De verschoven pensioenhorizon

Op 22 september 2015 keek ik bij het NOS journaal naar een item over langer doorwerken. De AOW gaat voor velen pas in ná hun 67e jaar.

Eerder met pensioen vanuit een pensioenfondsregeling kost (te) veel geld. In enkele jaren tijd is voor veel oudere werknemers het perspectief om met 62 jaar volledig te stoppen met werken, met 5 jaar opgeschoven. Volgens het NOS journaal waren de oudere werknemers daar niet blij mee en ook een directeur van een onderneming, een onderwijsdirecteur en een vertegenwoordiger van het MKB konden deze verandering niet erg waarderen.

Enkele oudere schoonmaaksters somden verschillende lichamelijke klachten op bij hun zware werk. Ze hoopten dat hun man wel de 67e jaar bij zijn baas zou halen. Dan konden ze misschien toch wat eerder stoppen met werken. De ondernemer vreesde voor meer ziekteverzuim want ouderdom komt nu eenmaal met gebreken. Een oudere werknemer van zijn bedrijf vond het na 41 jaar werken wel een goed moment om te stoppen ook al was hij nu 60 jaar. En een directeur van een school zag meerdere oudere leerkrachten niet fit hun pensioen halen. Een oudere leerkracht van zijn school hoopte ook wat eerder te kunnen stoppen want onderwijs aan kinderen vraagt heel veel.

Er is dus veel ontevredenheid.

De MKB adviseur kwam niet verder dan de opmerking dat we af moeten van de ontziemaatregelen in de cao dat oudere werknemers vrijgesteld zijn van overwerk, ploegendiensten en extra vrije dagen. Het zou me dan ook niet verbazen als de afschaffing daarvan nog meer ontevredenheid veroorzaakt.

We kunnen als vaststaand aannemen dat de verhoging van de AOW leeftijd niet wordt teruggedraaid en hebben dus met dat feit te dealen.

Deeltijdpensioen kan voor de wat beter betaalde werknemer een goed instrument zijn. Maar de pijn zit juist bij de oudere werknemer die lichamelijk belastend werk verricht en een salaris van minder dan € 40.000 per jaar ontvangt. Dan zit in het fonds voor deeltijdpensioen ook niet veel. Nog even los gedacht van de gescheiden werknemers die vaak een fors pensioennadeel hebben opgelopen. Veel werkenden kunnen dus niet eerder stoppen en zoeken naar een baan bij een andere werkgever is vaak ook geen optie. Voor de 55+ werknemer is volgens de statistieken -en dat sluit ook aan bij mijn ervaring- de arbeidsmarkt nagenoeg op slot.

In goed overleg kan een minder belastende functie worden overeengekomen. Of daar demotie of loonsverlaging bij past is dan onderwerp van overleg. De ervaring is echter ook dat ondernemingen en instellingen maar een beperkt aantal minder belastende functies hebben. Deze route is dus niet altijd voorhanden.

Kortom, vaak zijn de werkgever en zijn oudere werknemer tot elkaar veroordeeld om het samen vol te houden -in de eigen functie en voor het overeengekomen aantal uren- totdat de werknemer de 67e jarige leeftijd heeft bereikt.

Het naar elkaar uitspreken dat dit een onverwachte tegenvaller is, is daarbij helpend, al is dat vanzelfsprekend niet de oplossing. Het opschuiven van de finish van de pensioengerechtigde leeftijd doet wat met velen. Wie instapt voor een hardloopwedstrijd van 15 km en kort voor het bereiken van die afstand te horen krijgt dat moet worden doorgerend naar 20 km moet wel even slikken, diep zuchten en de energie ergens vandaan halen. En zo zullen veel oudere werknemers en werkgevers zich ook voelen. Werken is voor velen vergelijkbaar met topsport; achteroverleunen is er niet bij.

Benut daarom de sterke punten van deze werknemers en accentueer niet wat minder sterk is.

Vaak hebben deze oudere werknemers al een langere staat van dienst en heeft de werkorganisatie wel een beeld van wat sterk ontwikkeld is in kennis en vaardigheden en wat niet. Door niet in te zetten in de begeleiding en scholing van de zwakkere onderdelen van het functioneren, maar aan te sluiten bij hun sterke onderdelen, voorkom je demotivatie en teleurstellingen. Uiteraard mag van elke werknemer gevraagd worden dat hij bijdraagt, maar niet iedereen hoeft daarbij hetzelfde te kunnen. Zit als onderneming of instelling niet al te zeer vast aan de functie-eisen, als de functionaris wel een wezenlijke bijdrage kan leveren.

Met een dergelijk HRM beleid worden de sterke punten van de oudere werknemers naar voren gehaald op een manier die zich binnen de werkorganisatie heeft bewezen. Dan wordt werken tot de 67e levensjaar geen corvee.

Gedwongen ontslag en eenzijdige demotie kan daarmee voorkomen worden. En dat is volgens mij op langere termijn een veel gezondere basis om langer doorwerken mogelijk te maken. En het maakt de onderneming onafhankelijk van deeltijdpensioen, ontziemaatregelen of allerlei -vaak tijdelijke- fiscale maatregelen van de overheid om de oudere werknemer minder duur te maken.

 

Mr. Bert Tol, september 2015

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Bij flits faillissement in voorfase OR inschakelen

Het artikel in het ND van 9 juli 2014 over de doorstart van Neckerman na 1 uur van faillissement en ontslag van 235 van de 250 werknemers doet de vraag rijzen of belangen van de werknemers wel voldoende afgewogen zijn.

Bij een flits faillissement vraagt de directie zelf het eigen faillissement van de onderneming aan. Het werkt als volgt. De directie neemt tevoren contact op met de Rechtbank en vraagt wie als curator wordt aangewezen als op korte termijn daadwerkelijk het faillissement wordt aangevraagd. De Rechtbank noemt dan de naam van de beoogde curator en staat toe dat deze persoon alvast met de directie gaat meekijken naar de mogelijkheden om de schuldeisers te betalen en een doorstart te realiseren. Deze voorfase duurt hooguit twee weken. Daarna vraagt de directie het faillissement aan bij de Rechtbank en wordt de beoogde curator ook door de Rechtbank benoemd als curator. De maatregelen die tijdens de voorfase in kaart zijn gebracht kunnen dan snel door de curator worden besloten en uitgevoerd.

De achtergrond van het flits faillissement – of naar Angelsaksisch recht pre-pack genaamd – is dat bij het bekend worden van de aanvraag van het faillissement er door de publiciteit een negatieve spiraal ontstaat, die oplossingen, die minder schadelijk zijn voor schuldeisers en werknemers, in de weg staan. Een terecht punt. Maar als 90% van het personeel niet mee kan in de doorstart is de vraag te stellen hoe zwaar behoud van werkgelegenheid heeft meegewogen. Voor het flits faillissement bestaat nu geen wettelijke regeling. Wel is er een voorontwerp van wet door minister Opstelten gemaakt onder de naam Wet continuïteit ondernemingen I. Doelstelling van deze wettelijk regeling is onder meer dat de aanwijzing van een beoogd curator (en beoogd rechter-commissaris) voor de officiële faillietverklaring, in het belang is van “behoud van werkgelegenheid”.

Ik ga even voorbij aan de mogelijkheden van werknemers en vakbonden om na de faillietverklaring een schadeclaim in te dienen of een onderzoek naar wanbeleid te laten instellen. Dat is in zeer veel gevallen van faillissement mosterd na de maaltijd.

Het voorstel van wet noemt op geen enkele wijze de positie van werknemers en vakbonden. Dat is minder merkwaardig dan het op het eerste gezicht lijkt. De huidige wettelijke regels bieden m.i. voldoende aanknopingspunten om het voornemen van het aanvragen van een beoogd curator en het voorgenomen collectief ontslag, te bespreken met de ondernemingsraad en te melden bij vakbonden. De beoogd curator kan m.i. worden aangemerkt als en het aantrekken van een externe deskundige en dat is een advies plichtig besluit. Dat de beoogd curator slechts over de schouder van de directie meekijkt in het voortraject is een onjuiste voorstelling. Zijn rol is de directie over de inhoud van de voorgenomen maatregelen na faillietverklaring te adviseren en het vertrouwen te geven dat de rechter-commissaris deze maatregelen gaat goedkeuren. Dat is op en top adviseren.

Het is te begrijpen dat er afspraken met de ondernemingsraad moeten worden gemaakt over de geheimhouding en over de grote snelheid van adviseren. Maar dat komt veel vaker voor en is geen reden af te zien van het benaderen van de OR.

De vroege inschakeling van de OR kan m.i. bijdragen dat het belang van ”behoud van werkgelegenheid” niet alleen vanuit de visie van de directie, maar óók vanuit de visie van de werknemers, in de discussie met de beoogd curator wordt betrokken. De OR kan in de voorfase dus ook bij het huidige flits faillissement reeds aanspraak maken op hun betrokkenheid.

 

Mr. Bert Tol, juli 2014

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Demotie of eenzijdige loonsverlaging?

Sinds het begin van het jaar 2013 komen we in veel media berichten tegen die gaan over demotie.

Enkele grotere ICT-bedrijven gaan hun oudere personeelsleden vragen om loon in te leveren. Wat is er aan de hand en kan dat zomaar?

In de huidige discussie wordt niet gesproken over een verlaging van het niveau van de functie, maar alleen over verlaging van het loon. Het is dan m.i. beter niet te spreken over demotie maar over loonsverlaging.

Het loon is de belangrijkste arbeidsvoorwaarde. Alleen met toestemming van de werknemer kunnen afspraken worden gemaakt over de verlaging van het loon. Ook als de ondernemingsraad een positief advies heeft verleend dat de werkgever het loon mag verlagen van de groep oudere werknemers, dan nog blijft de persoonlijke instemming van de werknemer noodzakelijk. De werknemer kan in de verlaging bewilligen, maar dan zal daar ook wat tegenover moeten staan. De ICT-werkgevers zijn onduidelijk wat daar tegenover staat.

Als de oudere werknemer een minder zware functie gaat verrichten – waar beslist goede redenen voor de oudere werknemer voor kunnen zijn – is het logisch dat het loon ook onderwerp van gesprek wordt. Maar ook hier geldt dat de instemming van de werknemer noodzakelijk is voor het aanvaarden van de minder zware functie.

Ik vrees een ongewenste generalisatie in de huidige discussie. Het is best mogelijk dat bij ICT bedrijven de lonen van de oudere werknemers relatief hoog zijn ten opzichte van het uurtarief dat in rekening bij de klant gebracht kan worden. In zijn algemeenheid is het beslist onjuist dat in andere bedrijfstakken, in de zorg, in het onderwijs en bij de overheid de oudere werknemers te veel loon ontvangen.

Omdat de pensioenleeftijd opschuift is het van groot belang dat bijscholing ook voor de wat oudere werknemers belangrijk blijft. Daar ligt de grootste uitdaging om de functie goed te kunnen blijven vervullen.

 

Mr. Bert Tol, februari 2013

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Zakelijk en privévermogen goed scheiden

Als u een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid hebt, is er geen onderscheid tussen het privé- en ondernemingsvermogen. Gaat u zakelijk failliet, dan bent u ook privé failliet. Dat is nogal wat, zeker als u een relatie heeft. Dus is het misschien wel raadzaam om privé en onderneming te scheiden. Maar wat moet u dan allemaal regelen? De mogelijkheden op een rij:

De privé-aansprakelijkheid van de ondernemer is groot. Dat wil zeggen dat als u zakelijk failliet gaat u ook privé failliet bent. Het gaat dan om geld, ander bezit en schulden. De schuldeisers (crediteuren) van uw bedrijf, kunnen hun vordering verhalen op uw privébezit. En uw schuldeisers in uw privéleven kunnen dat doen op de bezittingen van uw onderneming.

Welke rechtsvorm?

Even voor de goede orde: de rechtsvorm is van belang bij uw eventuele aansprakelijkheid. Als u de onderneming zelf drijft of samen met anderen, bent u in principe aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. Dat geldt voor de eenmanszaak, de maatschap, de Vennootschap onder firma (vof), de man-vrouwfirma en de Commanditaire vennootschap (cv). Al deze vormen worden niet als rechtspersoon gezien.

Rechtspersoon

De bv is wel een rechtspersoon. Bij een rechtspersoon bent u als individu in principe niet aansprakelijk, maar is de rechtspersoon (de bv dus) aansprakelijk voor haar schulden. Toch kunt u wel als directeur of eigenaar bij wanbeheer aansprakelijk worden gesteld.

Bankrekening privé en zakelijk scheiden

Dus ligt het voor de hand dat u – als u een bedrijf hebt – in de privésfeer zo min mogelijk risico’s wilt lopen. Zo is het in ieder geval beter om de geldstromen privé en zakelijk te scheiden en een aparte bankrekening voor uw bedrijf te openen. U houdt dan veel beter overzicht van wat u allemaal aan het doen bent.

Relatie officieel vast leggen

Daarnaast is het mogelijk om – als u een relatie hebt – dit officieel vast te leggen. Daar zijn drie mogelijkheden voor: een samenlevingscontract, trouwen of een geregistreerd partnerschap. In een samenlevingscontract maken partners zelf afspraken over het samenwonen. Het huwelijk en geregistreerd partnerschap lijken veel op elkaar. In de wet staat welke rechten en plichten de partners dan hebben. Zij moeten bijvoorbeeld ouder zijn dan 18 jaar en mogen geen familie zijn van elkaar. Maar voor welke vorm u ook kiest, in alle drie de gevallen bouwt u een soort juridische muur tussen uw zakelijke en uw privé rechtspositie.

Samenlevingscontract

Een samenlevingscontract is een schriftelijke overeenkomst. U maakt daarin afspraken over zo veel mogelijk zaken die met het samenwonen te maken hebben. Die afspraken zijn bijvoorbeeld: de financiële bijdrage in de kosten van elkaars levensonderhoud, het gebruik van bankrekeningen, afspraken over alles wat met de woning te maken heeft, maar ook de verdeling van de bezittingen bij beëindiging van de relatie. Eigenlijk is zo’n samenlevingscontract dus onmisbaar als u samenwoont en een eigen zaak heeft.

Trouwen en geregistreerd partnerschap

Partners die trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan krijgen een aantal rechten en plichten. Deze staan in het Burgerlijk Wetboek. Ook ligt vast aan welke voorwaarden zij moeten voldoen en op welke manier de verbintenis tot stand komt of wordt beëindigd. Het huwelijk en geregistreerd partnerschap zijn in veel opzichten gelijkwaardig. Mensen die voor deze verbintenissen kiezen, leggen hun relatie vast bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Echtgenoten en geregistreerde partners hoeven bijvoorbeeld niet verplicht te getuigen tegen elkaar of elkaars naaste familie. Daarnaast hebben ze recht op alimentatie wanneer de relatie wordt beëindigd, of een erfenis wanneer de partner overlijdt.

Trouwen: twee mogelijkheden

Als u gaat trouwen is het goed om te beseffen dat er twee mogelijkheden zijn om dat juridisch te regelen: u trouwt in gemeenschap van goederen of u trouwt onder huwelijkse voorwaarden. Als u eenmaal getrouwd bent, dan zijn u en uw echtgenoot fiscale partners. Dit geldt ook als u geregistreerde partners bent. Als u ongetrouwd samenwoont, kunt u kiezen voor fiscaal partnerschap.

Gemeenschap van goederen

Door het huwelijk of de registratie van het partnerschap ontstaat automatisch een algehele gemeenschap van goederen. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden van de partners gemeenschappelijk worden. Als u als ondernemer gekozen heeft voor gemeenschap van goederen, heeft dit tot gevolg dat ook het geld van uw partner aangesproken kan worden als het minder met het bedrijf gaat. Als het heel slecht gaat, loopt u dus niet alleen het risico uw onderneming te verliezen maar ook de privévermogens van zowel u als uw partner.

Huwelijkse voorwaarden

Het is mogelijk om bepaalde zaken van de gemeenschap van goederen uit te sluiten. Bijvoorbeeld een schenking of erfenis. Ook kunnen partners besluiten om huwelijkse voorwaarden (in het geval van een huwelijk) of partnerschap voorwaarden (in het geval van een geregistreerd partnerschap) op te stellen bij een notaris. In deze overeenkomst wordt het recht op bezit en inkomen van beide partners geregeld. Op deze manier is het mogelijk de onderneming tot het bezit van de een, en het huis bijvoorbeeld tot het bezit van de ander te maken. Schulden en verliezen Bij huwelijkse voorwaarden kunt u ook regelen dat u privé niet aangesproken kunt worden voor de schulden in uw onderneming. Uw huis en privé vermogen blijven bij een eventueel faillissement buiten schot. Daarnaast kun u ook bepalingen opnemen waarmee u ingeval van bedrijfsverliezen de inkomensverrekening beperkt. Of bepalingen over compensatie van bedrijfsverliezen voordat inkomensverrekening plaatsvindt

Ziekte, arbeidsongeschiktheid en overlijden

En wat moet er gebeuren als u voor langere tijd uw bedrijf niet kunt uitoefenen door ziekte of arbeidsongeschiktheid? Of nog erger: bij overlijden. Ook hierover kunt u afspraken vastleggen. Maar niet alleen in uw huwelijkse voorwaarden natuurlijk, maar ook in uw testament.

Verschillen huwelijk en geregistreerd partnerschap

Tot slot is er nog een aantal verschillen tussen het huwelijk en het geregistreerd partnerschap. Belangrijk verschil is dat een geregistreerd partnerschap buiten de rechter om kan eindigen. Voorwaarde is wel dat de partners het met elkaar eens zijn en dat zij geen minderjarige kinderen hebben. Voor de ontbinding van een huwelijk moet u altijd naar de rechter.

 

Mr. Bert Tol, juli 2012

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Het Nieuwe Werken

De trend is arbeidsverhoudingen is het flexibel kunnen werken. Op een locatie en in in werktijden die zowel de medewerker als de onderneming of instelling past. Dat heet het Nieuwe werken.

Natuurlijk is er ook veel werk wat wel gebonden is aan een vaste locatie en aan vaste werktijden. Verpleging in een ziekenhuis gebeurt aan het bed en personeel in een winkel kan evenmin op een andere locatie de klanten helpen.
Maar veel kenniswerkers en het werk van leidinggevenden kunnen ook een deel van hun werkzaamheden thuis doen en buiten de reguliere werktijden. Zij kunnen met internetfaciliteiten overal inloggen in het computersysteem van de werkgever en werken wanneer het past. Naar schatting 500.000 personen nemen deel aan het Nieuwe Werken. Het scheelt bovendien verkeersfiles en geeft een besparing in kantoorruimte.
Of het Nieuwe Werken ook werkt hangt niet alleen af van de aard van het werk.
Niet elke medewerker is geschikt voor deze wijze van werken en niet elke leidinggevende kan er mee overweg. Thuiswerken vraagt veel zelfsturing en discipline. Bovendien vraagt ook thuiswerken een bepaalde mate van bereikbaarheid. Verder is het een gezond uitgangspunt werk en prive te blijven scheiden.

Het maken van goede afspraken vormt de sleutel tot het succes. De eerste afspraak is een proefperiode afspreken. Dan kan worden geëvalueerd of het concept al dan werkbaar is of dat het bijgesteld moet worden. Verder zullen de overlegmomenten en prestatie-indicatoren moeten worden afgesproken. Maar ook minder voor de hand liggende thema`s als arbeidsomstandigheden en de beveiliging en vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie zijn onderwerpen waarover gesproken moet worden.

Het is maatwerk en een ondernemer of medewerker die met het Nieuwe Werken aan de slag wil kan bij ons terecht voor arbeidsrechterlijk advies.

 

Mr. Bert Tol, mei 2012

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

 

Als de klant failliet gaat

Faillissement van opdrachtgevers betekent schade. Veel ondernemers hebben dat in hun opleiding ooit geleerd en in de praktijk blijkt deze regel ook op te gaan. De openstaande vordering moet vaak worden afgeboekt.
In dit artikel enkele spelregels om iets meer kans te maken op betaling.

Faillissement
Wanneer een onderneming niet meer in staat is de rekeningen en lonen te betalen kunnen schuldeisers en/of personeel bij de Rechtbank het faillissement aanvragen.
Ook de directie zelf kan dat doen. De Rechtbank benoemt een curator – meestal een advocaat – en een rechtercommissaris aan wie de eerste moet rapporteren.
Vanaf de dag van het faillissement is de directie niet meer bevoegd beslissingen te nemen. De curator heeft het bestuur overgenomen en de directie heeft de taak die in zijn werkzaamheden te ondersteunen. Een ander gevolg is dat reeds gevestigde beslagen, gelegd via de deurwaarder op bedrijfsmiddelen of bankrekeningen, door het faillissement vervallen.
Vanwege de ingrijpendheid van een faillissement wordt als uiterste incassomiddel ook wel dreigen met faillissement gebruikt. De aanvraag wordt dan bij de Rechtbank ingediend, maar teruggetrokken bij betaling voor de zitting.
In de eerste periode zal de curator de mogelijkheden gaan onderzoeken voor een doorstart in een andere vennootschap en met een andere aandeelhouder of financier. Die mogelijkheid moet zich wel op korte termijn – ongeveer binnen één maand – aandienen omdat anders het lantenbestand is weggelopen naar de concurrentie en de imago beschadiging onherstelbaar is geworden.

Rangorde schuldeisers
Als een doorstart met volledige schuldovername niet mogelijk is, blijft er voor de curator weinig anders over een rangorde aan te brengen in de openstaande rekeningen en andere verplichtingen om te bezien wat kan worden voldaan. Die rangorde staat in de wet en de curator kan niet afspreken een andere rangorde toe te passen.
De meeste niet betaalde facturen van leveranciers en dienstverleners vallen onder het kopje “concurrente schuldeisers”. Die komen voor betaling in aanmerking als er geld overblijft voor schuldeisers met een hogere rang. En die zijn er vaak.
Als de curator ook achterstallige belastingschulden aantreft of premies voor het UWV, dan gaan die in elk geval voor. Ook de kosten die de curator maakt vanaf de dag van het faillissement en de overeenkomsten die hij laat voortduren om het werk af te ronden hebben onder de naam boedelschulden voorrang op betaling. De curator heeft ook te aanvaarden dat goederen waarop een hypotheekrecht of pandrecht rust door de schuldeisers – met de naam separatisten – kunnen worden uitgewonnen. Vaak is er dan al niets meer over voor de andere schuldeisers.
Verder hebben voorrang de leverancier en dienstverleners die zich kunnen beroepen op verrekening, op het recht van retentie, recht van reclame en een eigendomsvoorbehoud.
Bij verrekening zijn er tussen leverancier en gefailleerde onderneming over en weer openstaande vorderingen op elkaar die ook nog opeisbaar zijn. Dan mag worden verrekend, zodat de overblijvende schuld in elk geval kleiner is geworden.
Het recht van retentie komt bijvoorbeeld een garagebedrijf toe die een bedrijfswagen heeft nagekeken en gerepareerd. De afgifte van de bedrijfswagen aan de curator mag de garagehouder afhankelijk stellen van betaling van zijn factuur.
Het recht van reclame komt toe aan de verkoper van een roerende zaak (geen onroerend goed) die op grond van zijn eigendomsrecht de geleverde goederen mag terugvorderen. De koopovereenkomst wordt dan ontbonden. De levering mag niet te ver in het verleden liggen. De factuur mag niet langer dan zes weken opeisbaar zijn of als geen betaaldag op de factuur staat niet langer dan zestig dagen na de feitelijke afgifte van de goederen. De curator kan in plaats van teruggave ook betaling van de factuur afdwingen.
Het recht van eigendomsvoorbehoud kan op de verkoop van goederen zijn bedongen. Vaak staat dat in de algemene voorwaarden van de verkopende partij.
De normale regel dat bij afgifte van de goederen het eigendomsrecht overgaat wordt dan uitgesteld tot het moment van betaling van de factuur. Wordt niet betaald dan kunnen de goederen terug worden gehaald. De curator moet dit recht respecteren.
Bij het recht van reclame en het recht van eigendomsvoorbehoud is wel van belang in hoeverre de geleverde goederen nog ongebruikt zijn opgeslagen bij de gefailleerde onderneming. Als de goederen – bijvoorbeeld grondstoffen – al zijn verwerkt in een half-fabrikaat of de tegeltjes reeds zijn vast gemetseld aan de muur, dan kan geen beroep meer op deze twee rechten gedaan worden.

Onterechte bevoordeling andere schuldeiser Stel dat kort voor het faillissement sommige schuldeisers door de directie van de gefailleerde onderneming zijn bevoorrecht, dan kan de curator of een benadeelde schuldeiser deze rechtshandeling ongeldig laten verklaren. Het voordeel wordt dan ongedaan gemaakt. Voorbeelden van bevoordeling kunnen zijn: betaling van een factuur die nog niet opeisbaar was, het vestigen van een hypotheekrecht of pandrecht op een goed of te verwachten inkomsten en het wegsluizen van gelden of goederen naar familieleden en bevriende contacten. De schuldeiser die zoiets vermoedt kan zich dan beroepen op een actio pauliana om de onterechte bevoordeling ongedaan te laten maken. Bij constatering van deze misstand is het zelfs mogelijk de directie persoonlijk – in hun privévermogen – aansprakelijk te
stellen.

Na afloop
Als het faillissement eindigt door opheffing wegens gebrek aan baten kan later de vennootschap of onderneming in principe nog worden aangesproken op het niet betaalde deel. Wat rechtens kan is lang niet altijd ook succesvol. De oude vennootschap blijft waarschijnlijk leeg en biedt dus geen verhaal. Dan rest er weinig anders dan het afboeken van de vordering als oninbaar en de afgedragen BTW terug te vragen.
mr. M.B. Tol (Bert)

Tips
• ga in niet in zee met partners die niet kredietwaardig zijn
• controleer kredietwaardigheid bij instanties als Graydon of Atradius
• controleer gegevens bij de Kamer van Koophandel of uw eigen bank
• kijk eens naar de opties voor factoring of debiteurenverzekeringen
• maan regelmatig aan en bewaar de bewijsstukken hiervan
• maak afspraken over deelbetalingen als blijkt dat er betalingsachterstanden zijn
• neem in de koopovereenkomst of algemene voorwaarden levering onder eigendomsvoorbehoud op
• bespreek met uw juridische adviseur de mogelijkheid te dreigen met een faillissementsaanvraag als uiterste incassomiddel
• ga u bij een faillissement z.s.m. melden bij de curator met de vordering

 

Mr. Bert Tol, maart 2011

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Ondoordacht Twitteren

De Drentse korpschef heeft op maandag 27 december 2010 de districtschef op
non-actief geplaatst. Zij zou een bericht op Twitter hebben gemaakt waarbij
gesuggereerd werd dat de twee doden in een woning te maken zouden hebben
met huiselijk geweld.
Eind juni 2010 overkwam Cornald Maas een ontslag bij de TROS, omdat hij een

bericht op Twitter had geplaatst over een Nederlandse kandidaat voor het
songfestival, welk evenement hij moest presenteren.

Een bericht op social media kan dus tot sancties van de werkgever leiden.
Uit deze voorbeelden blijkt dat een ondoordacht bericht op Twitter ook
leidinggevende en communicatief ervaren medewerkers overkomt.

Beperking vrijheid van meningsuiting

Sociale media zoals Twitter, YouTube, LinkedIn en Facebook worden veel gebruikt
om onderlinge berichten uit te wisselen en boodschappen te plaatsen. Ze zijn in de
regel publiek. In beginsel vallen de berichten onder de vrijheid van meningsuiting.
Toch kent het strafrecht beperkingen op het recht van vrijheid van meningsuiting.
Bij smaad of laster kan er een boete en/of gevangenisstraf worden opgelegd.
Voor het contact tussen burgers onderling en ondernemingen geeft het privaatrecht
beperkingen op het recht van vrijheid van meningsuiting. Een foute uiting kan
schade van de eer en goed naam van een persoon of bedrijfsimago veroorzaken en
daardoor onrechtmatig zijn. Dat kan leiden tot een rectificatie en/of
schadevergoeding.

Arbeidsverhoudingen

Verder komt in arbeidsverhoudingen verhoudingen waarde toe aan de onderlinge
afspraak in de vorm van een geheimhoudingsbeding en de wettelijke regel van het
goed werknemerschap.
Een geheimhoudingsbeding wordt dikwijls opgenomen in de arbeidsovereenkomst.
Daarin staat dat de werknemer geen geheime of vertrouwelijke informatie naar
buiten mag brengen. Dat is informatie waarvan de werknemer weet of behoort te
begrijpen dat de werkgever dat niet naar buiten wil laten komen.
De eis tot goed werknemerschap staat in de wet. Op grond van die regel kan ook
een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting worden onderbouwd.
Wanneer er sprake is van een misstand kan op grond van de klokkenluidersregeling
de werknemer wel naar buiten treden, zij het met de nodige zorgvuldigheid.

Besef van risico’s

Het lijkt er op dat niet alle werknemers een goed besef hebben wat ze doen met
het plaatsen van een bericht over een werksituatie. Wie een Tweet plaatst dat hij
zondagavond nog met vrienden flink heeft gestapt, mag niet verbaasd zijn dat zijn
ziektemelding op de maandagmorgen vragen oproept. Terecht kan dan de conclusie
zijn, maar geldt dat ook als een sollicitante over haar zwangerschap heeft
getwittert.

 

Mr. Bert Tol, maart 2011

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl


 

Mag billen knijpen?

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 juli 2009 (*1) bepaald dat niet de ervaring van het slachtoffer doorslaggevend is of er sprake is van seksuele intimidatie. De media maakt er ten onrechte van dat billen knijpen mag.

De feiten

Bij de kerstborrel in een met kaarsen verlichte ruimte werd een mannelijke werknemer door zijn directeur in zijn billen geknepen, onder toevoeging van ondermeer de woorden “darkroom””.
Deze werknemer diende na de jaarwisseling een schriftelijke klacht bij het bestuur op grond van seksuele intimidatie. Het bestuur berispte vervolgens de directeur, die overigens meteen na het ontvangst van de klacht zijn excuses aan de werknemer heeft aangeboden. De werknemer meldt zich vervolgens ziek en blijft dat totdat de arbeidsovereenkomst op 1 juli 2004 wordt ontbonden met toekenning van een vergoeding van € 68.000,–.
Vervolgens gaat de werknemer smartengeld vorderen. In deze slepende zaak wordt uiteindelijk vastgesteld door de Hoge Raad dat de werknemer geen schadevergoeding toekomt, omdat niet is vastgesteld dat er sprak is van seksuele intimidatie.

Begrip seksuele intimidatie

Dat oordeel van de Hoge Raad komt vreemd over. Immers in de gehele procedure stond het feit vast dat er in de billen geknepen is. Maar het Hof was van mening dat deze aanraking geen seksuele intentie had nu de directeur dit deed in het openbaar en beiden meteen na de aanraking in de lach schoten. Het was dus een grap. Het verweer van de werknemer bij het Hof, welke hij herhaalde bij de Hoge Raad dat de ervaring van het slachtoffer bepaald of er al dan niet sprake is van seksuele intimidatie werd verworpen. In de wet (*2) wordt het begrip seksuele intimidatie op een objectieve manier beschreven. Dus niet het subjectieve gevoel van het slachtoffer is maatgevend, maar het gedrag wat naar algemene maatstaven en inzichten leidt tot de vaststelling dat er sprake is van seksuele intimidatie.

Gevolgen

Juridisch is de uitspraak van de Hoge Raad wel te volgen. Als het gevoel van het slachtoffer doorslaggevend wordt kunnen we ook allerlei “onzinclaims” verwachten. Daar is nu een rem op gezet. Maar er is nog iets anders gebeurd. In de media heeft deze uitspraak aandacht gekregen vaak onder kopjes, zoals ”Billen knijpen mag.” Het is duidelijk dat de Hoge Raad die aanbeveling niet hebben gedaan. Er is enkel vastgesteld dat in dit specifieke geval de aanraking redelijkerwijs niet kon opgevat worden als seksuele intimidatie en er dus geen grond is voor betaling van een smartengeld.

 

Mr. Bert Tol, september 2009

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

 


 

*1) Vindplaats www.rechtspraak.nl, LJ nummer: BI 4209
*2) Art. 7: 646 BW lid 8 : Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: gedrag dat met het geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.

Burn-out en schadevergoeding

Ook psychische schade kan leiden tot aansprakelijkheid van de werkgever. Maar de werknemer moet wel bewijzen dat de burn-out is veroorzaakt door zijn werkzaamheden.

Wet

In de wet in art. 7:658 BW is geregeld dat de werkgever verplicht is te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. De werkgever moet “zodanige maatregelen treffen en aanwijzingen verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt”. Als de werknemer schade lijdt dan kan de werkgever onder de aansprakelijkheid uitkomen door aan te tonen dat hij alle noodzakelijke en voorgeschreven maatregelen – denk aan de Arbowet – heeft genomen. Op grond van dit wetsartikel hebben veel werknemers die door een bedrijfsongeval of een beroepsziekte in de WAO terecht kwamen een aanvullende schadevergoeding ontvangen.

Psychische klachten
Maar lange tijd was onduidelijk of de aansprakelijkheid van de werkgever zich ook zou uitstrekken tot psychische klachten of zich alleen zou beperken tot klachten van lichamelijke aard. Het bewijs dat psychische schade is veroorzaakt door het werksituatie is lastig te leveren en wat de ene werknemer als stressvol beleeft kan een andere werknemer goed verdragen. In een vonnis op 11 maart 2005 heeft Hoge Raad de knoop doorgehakt. Ook een burn-out kan grond zijn voor het aansprakelijk stellen van de werkgever en kan een schadevergoeding worden toegekend. De Hoge raad zegt er wel bij dat vast moet staan dat er sprake is van schending van een norm ( m.b.t. de arbeidsomstandigheden) door de werkgever. En dat er risico`s zijn verbonden aan het werk en de werkomgeving. Er moet derhalve een causaal verband zijn tussen de klachten en het werk.

Voorbeeld aansprakelijkheid

Een mooi voorbeeld waarbij de kantonrechter de werkgever veroordeelde de werknemer een schadevergoeding te betalen op grond van burn-out klachten is die van 29 september 2004 te Middelburg. De lagere rechtspraak was dus al eerder bereid psychische klachten te erkennen dan de Hoge Raad. Betrokken werknemer was voor 80-100% afgekeurd en genoot een volledige WAO-uitkering. Hij had de functie van planner bij een transportbedrijf. In die functie is hij na 10 jaren uiteindelijk arbeidsongeschikt geworden door een burn-out. Hoe heeft deze werknemer kunnen aantonen dat de oorzaak van zijn psychische klachten lagen in de werksfeer?
In het vonnis werd door de rechter aan de volgende feiten betekenis toegekend:
• Werknemer heeft 10 jaren lang altijd 50 weken per jaar gewerkt. Er werden slechts 2 weken vakantie per jaar opgenomen.
• Hij ontving een vaste vergoeding voor 10 overuren per week. Een ”normale” werkdag begon om 7.00 uur en eindigde om 18.00 uur slechts onderbroken door 45 minuten lunchpauze.
• Elke zondagavond werd door de werknemer de planning aan alle chauffeurs doorgebeld.
• Bij stagnaties of onregelmatigheden in het transport werd hij ’s morgens of ’s nachts door leveranciers, klanten of chauffeurs gebeld om een oplossing te regelen. Op grond van deze vaststellingen kon de rechter ertoe komen de oorzaak van de burn-out te leggen in de werkomstandigheden. Hij kreeg een schadevergoeding van bijna € 70.000,– toegekend. Wat opvalt in dit voorbeeld is dat deze werkomstandigheden een tamelijk objectief karakter hebben. Gevoelens van onbehagen, een slechte werksfeer of een verstoorde verhouding staan er niet bij.

Conclusie

De werkgever is verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden. Daarbij moet hij letten op de psychische gezondheid van de werknemer. Laat hij op dat punt steken vallen en komt de werknemer in een burn-out, dan kan de werkgever veroordeeld worden tot een schadevergoeding.

 

Mr. Bert Tol, februari 2008

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Klokkenluiden met beleid

Er is geen wettelijke regeling voor de klokkenluider en de Stichting van de Arbeid adviseerde op 6 oktober 2006 het kabinet dat ook niet in te voeren. We lezen regelmatig berichten in de media waarbij een klokkenluider aan het eind van het traject zijn baan verloren blijkt te hebben.
Hoe is dat nu mogelijk? En wat zijn de spelregels?

Gedragsregels van de Stichting van de Arbeid

In 2003 heeft de Stichting van de Arbeid gedragsregels opgesteld voor klokkenluiders onder naam “Verklaring inzake het omgaan met vermoedens van misstanden in ondernemingen”. Deze gedragscode is niet verplicht van toepassing,
maar de rechter zal er wel rekening mee houden. Er zijn nogal wat voorwaarden van toepassing, waardoor de bescherming van de werknemer ook weer beperkt is.

Deze voorwaarden zijn:
a. de misstand moet eerst intern tot op het hoogste niveau aanhangig worden gemaakt;
b. de werknemer moet op redelijke gronden er vanuit zijn gegaan dat de feiten waarop hij de misstand stoelt juist zijn;
c. met de bekendmaking moet een maatschappelijk belang gediend zijn;
d. de werknemer zal de externe bekendmaking op passende wijze doen;
e. het maatschappelijk belang van de externe bekendmaking is groter dan het belang van de werkgever bij geheimhouding.

Tenslotte voegt de Stichting van de Arbeid nog toe dat alleen de klokkenluider die te goeder trouw is wordt beschermd en dat de gedragscode niet geldt voor de werknemer die het niet eens is met het ondernemingsbeleid en al evenmin voor de werknemer die klachten van persoonlijke aard heeft.
De gedragscode geeft een uitvoerige omschrijving wat ze onder een misstand verstaan. Dat is een activiteit in en door de werkorganisatie wat een strafbaar feit, schending van andere regels, gevaar voor de volksgezondheid de veiligheid of het milieu, het bewust onjuist informeren van de overheid of de verspilling van overheidsgeld kan opleveren.

Geheimhouding

In alle arbeidsverhouding wordt op grond van goed werknemerschap verondersteld dat de werknemer loyaal moet zijn aan de onderneming en geen schade – bijvoorbeeld imagoschade – mag berokkenen. Dat beperkt de vrijheid van
meningsuiting in arbeidsverhoudingen al aanzienlijk.
De vrijheid van meningsuiting is zelfs een grondrecht. Dat grondrecht is in verdragen vastgelegd, bijvoorbeeld in art. 10 EVRM. Daar kan een beroep op worden gedaan. Maar in de rechtspraak over klokkenluiders zie je dat zelden een beroep op dat grondrecht gedaan wordt, waardoor de rechter niet eens aan toetsing toekomt.
Verder speelt soms geheimhouding mee. Dat kan opgenomen zijn in de arbeidsovereenkomst, maar ook in een specifieke situatie zijn opgelegd of zijn afgesproken. In de ogen van de rechter beperkt de van toepassing zijnde
geheimhouding het grondrecht van vrijheid van meningsuiting in nog verdergaande mate.

Klokkenluiden met beleid.

Wie dit overziet kan begrijpen dat het vaak niet goed afloopt met de klokkenluider. De valkuilen zijn immers legio. Toch willen we geen pleidooi voeren de hiervoor bedoelde misstanden maar te laten voortgaan. Wel is het raadzaam
voor de werknemer in een heel vroeg stadium een raadsman in te schakelen. Die kan hem helpen geen foute stappen te zetten en goedbedoelde en begrijpelijke emoties niet de overhand te laten krijgen.

 

mr. Bert Tol, oktober 2007

Bureau Arbeidsrecht    038-4535025     [email protected]     www.berttol.nl

 


NB de gedragscode is te downloaden op www.stvda.nl publicatie 6/03

map1

Contactadres

Brederostraat 91

8023 AR ZWOLLE

Op de hoogte blijven van veranderingen in het Arbeidsrecht en het overeenkomstenrecht voor ZZP'ers? Laat hier uw e-mailadres achter en ontvang enkele malen per jaar onze digitale Nieuwsbrief.