menu_icon

De aanzegboete bij tijdelijke contracten

Per 1 januari 2015 hebben werkgevers die werken met tijdelijke arbeidscontracten te maken met het fenomeen aanzeggen. Wat is aanzeggen precies en wat zijn de gevolgen voor de praktijk?

Aanzeggen? Wat is dat eigenlijk?

Aanzeggen is in feite niets anders dan de verplichting van de werkgever om werknemers met een tijdelijk arbeidscontract schriftelijk te informeren over de wens van de werkgever om dit contract wel of niet te verlengen. Deze aanzegging moet uiterlijk een (1) maand voor de einddatum van het arbeidscontract hebben plaatsgevonden.

De regering probeert er met deze maatregel voor te zorgen dat een werknemer met een tijdelijk contract eerder weet of hij op zoek moet naar een andere baan.

De aanzegverplichting geldt alleen voor de werkgever. Verder is de werkgever verplicht om, als hij de wens heeft het contract te verlengen, in de schriftelijk aanzegging aan te geven onder welke arbeidsvoorwaarden. De aanzegverplichting geldt bovendien alleen voor tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of langer.

Mag een werkgever per e-mail of WhatsApp aanzeggen?

Ja. In de toelichting op het wetsartikel over aanzeggen geeft de regering aan dat onder schriftelijke aanzegging ook een aanzegging per e-mail wordt verstaan. Gelijktijdig raadt de regering werkgevers aan om de aanzegging per aangetekende post te versturen omdat een werkgever moet kunnen bewijzen dat hij (tijdig) heeft aangezegd.

Een werkgever die dus per e-mail aanzegt doet er verstandig aan om de werknemer aan wie het e-mailbericht gericht is, te vragen om een ontvangstbevestiging van de aanzegging. Hetzelfde geldt voor de aanwezigheid van de dubbele blauwe vinkjes voor een WhatsApp bericht.

Mag een werkgever een standaard aanzegbepaling opnemen in het arbeidscontract?

Ja dat mag. Tijdens de behandeling van de Wet werk en zekerheid (WWZ) in de Eerste Kamer merkte minister Asscher over de aanzegverplichting onder meer het volgende op:

“Partijen die ervan overtuigd zijn dat de aanzegtermijn standaard zou worden in de arbeidsovereenkomst, wil ik meegeven dat dit ook kan betekenen dat werknemers tijdig en misschien zelfs ontijdig zullen omzien naar ander werk en dat een te lichtvaardig gebruik dus ook in het nadeel kan uitpakken van de werkgever die een werknemer juist had willen behouden en het contract had willen verlengen. Het kan dus beide kanten opgaan.”

Volgens de minister van SZW is het voor een werkgever niet slim om standaard een dergelijke bepaling op te nemen in het arbeidscontract (want daarmee zou de werkgever het risico lopen dat de werknemer al weer snel op zoek gaat naar een andere baan), maar het is wel toegestaan.

Deze schriftelijke mededeling kan als volgt in de arbeidsovereenkomst opgenomen worden:.

Werkgever zegt hierbij conform art. 7:668 lid 1 BW aan dat deze tijdelijke arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet.

Welke tijdelijke arbeidscontracten hoeven niet te worden aangezegd?

De aanzegverplichting geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd met een looptijd van zes maanden of langer. Er geldt (dus) geen aanzegverplichting voor:

  • tijdelijke arbeidscontracten met een looptijd korter dan zes maanden
  • tijdelijke arbeidscontracten die eindigen op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld (bijvoorbeeld contracten voor de duur van een project of ter vervanging van een zieke collega). Let op: als er in een dergelijk contract een einddatum staat, moet er wél worden aangezegd.
  • een uitzendovereenkomst tijdens de eerste 78 weken (fase A)

Er geldt ook geen aanzegverplichting voor kortlopende tijdelijke arbeidscontracten die bij elkaar opgeteld zes maanden of langer duren. Een werkgever die dus achter elkaar twee tijdelijke arbeidscontracten van drie maanden met een werknemer is aangegaan, hoeft ook het tweede contract niet aan te zeggen.

Wat gebeurt er als een werkgever niet of te laat aanzegt?

De sanctie op het niet nakomen van de aanzegverplichting is het betalen van een vergoeding door de werkgever aan de werknemer ter grootte van een (1) maand loon. Als de werkgever wel heeft aangezegd, maar te laat, is hij een vergoeding naar rato verschuldigd.

Hoe moet de aanzegvergoeding berekend worden?

Dat is het bruto uurloon vermenigvuldigd met de overeengekomen arbeidsduur per maand over de dagen dat te laat de aanzegmededeling is uitgebracht. Volgens het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding, van 11 december 2014 is het bruto uurloon af te leiden uit het bruto maandloon plus indien van toepassing de gemiddelde provisie. De vakantietoeslag, overwerkvergoeding, en winstuitkeringen en tantièmes tellen niet mee.

Moet een werkgever over de aanzegvergoeding loonbelasting inhouden?

Ja, de aanzegvergoeding wordt fiscaal beschouwd als “loon uit vroegere dienstbetrekking”. Dit houdt in dat de werkgever over de aanzegvergoeding loonbelasting zal moeten inhouden.

Hoe lang heeft een werknemer om een aanzegvergoeding op te eisen?

Een werknemer moet binnen twee maanden na het einde van de (verlengde) arbeidsovereenkomst een beroep doen op overtreding van de aanzegverplichting door de werkgever. Als de werkgever vervolgens niet vrijwillig betaalt, zal de werknemer nog steeds binnen diezelfde periode van twee maanden een verzoekschrift moeten indienen bij de bevoegde kantonrechter.

Deze termijn van twee maanden is een zogenaamde vervaltermijn en kan (dus) niet gestuit worden. Als deze termijn dus verstreken is zonder dat de werknemer een verzoekschrift bij de kantonrechter heeft ingediend, vervalt de mogelijkheid voor de werknemer om de aanzegvergoeding op te eisen.

Mr. Bert Tol, september 2016

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Meer vaste banen: aanpassing van de WWZ

Meer vaste banen door aanpassingen in de WWZ

D66 heeft als onderdeel van het verkiezingsprogramma een notitie met de naam ”De vaste baan bereikbaar voor alle werknemers” opgesteld, waarin een pleidooi wordt gevoerd voor meer vaste banen.

Er dreigt een steeds grotere tweedeling op de arbeidsmarkt te ontstaan. Veel nieuwkomers – in hoofdzaak jongeren – op de arbeidsmarkt krijgen alleen maar een tijdelijk contract en werknemers met een vaste arbeidsovereenkomst gaan niet solliciteren bij een andere werkgever omdat ze dan hun vaste contract verliezen. Het aantal vaste contracten stijgt wel weer, maar het aantal flexcontracten stijgt veel sneller.

Ondanks het structurele karakter van de verrichte arbeid kiezen werkgevers liever voor weer een tijdelijk contract met een andere werknemer in plaats van de tijdelijke werknemer die goed functioneerde een vaste baan aan te bieden. En oudere werklozen vinden nog steeds moeilijk een baan op de arbeidsmarkt.

De oplossingsrichting die D66 geeft is het verlagen van de kosten voor de werkgever als de werknemer arbeidsongeschikt wordt, het afschaffen van de preventieve ontslagtoets, het afschaffen van het onderscheid vaste en tijdelijke arbeidsovereenkomst , meer verplichte scholing voor werknemers en meer persoonlijke begeleiding van werkloze werknemers door het UWV.

Doorgeschoten flex

Dat D66 als libertijnse partij met het pleidooi voor meer vaste banen komt is enigszins verrassend. Flexibiliteit was een van de ijkpunten van het neoliberale economische denken. Nu D66 voor de arbeidsmarkt daar afstand van lijkt te nemen moet er wel wat aan de hand zijn. Dat is ook zo. De toenemende  tweedeling op de arbeidsmarkt is een serieus probleem. Vooral lager opgeleiden zijn op langere termijn daarvan de dupe. Jongeren die geen vast contract ontvangen investeren niet in hun baan; evenals werkgevers niet in tijdelijke krachten gaan investeren. Dat is niet goed voor de persoonlijke ontwikkeling van de werknemer en evenmin voor de onderneming. Verder durven ze als consument geen grote aankopen te doen en blijven langer bij hun ouders wonen. Deze tweedeling is dus ook slecht voor de economie.

Maar de oplossingen die D66 voorstelt zijn weinig concreet en niet vanuit de praktijk doordacht.

Terugdringen kosten arbeidsongeschiktheid

De kosten van arbeidsongeschiktheid voor vooral kleine ondernemingen zijn te groot. Ik pleit er voor dat de loondoorbetaling bij ziekte (voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers) na 1 jaar voor rekening van het UWV komt en de kosten daarvan worden gedragen door het collectief van alle werkgevers, werknemers en eventuele andere belastingbetalers.

Verder zijn grote vraagtekens te plaatsen bij het nut van de verplichte inschakeling van een re-integratiebedrijf bij het tweede spoor traject. Uit onderzoek is gebleken dat minder dan 5% van de inschakeling van een re-integratiebedrijf er toe leidt dat de arbeidsongeschikte werknemer bij een andere werkgever een baan krijgt. Deze kosten tussen de 2000 en 5000 euro per zieke werknemer zijn vooral dus nuttig voor de re-integratiebedrijven en niet voor de werknemer en de ondernemer die de rekening daarvan betaald. Het geld kan in de meeste gevallen beter besteed worden. Als er wel kosten voor de inschakeling van een re-integratiebedrijf gemaakt worden, dan stel ik voor dat deze kosten van rechtswege in mindering komen op de transitievergoeding.

Een heel belangrijk punt is het bestrijden van de (situatieve) arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsconflict, bijvoorbeeld een ziekmelding na een voor de werknemer slecht verlopen functioneringsgesprek. Deze vorm van arbeidsongeschiktheid kan niet doorbroken worden als de bedrijfsarts van mening is dat psychische klachten blijven bestaan of terugkeren als de werknemer weer moet werken bij de eigen werkgever – maar tegelijk een gunstige herstelprognose afgeeft voor werken bij een andere werkgever.

De dan vaak voorgeschreven mediation is te soft en biedt geen sluitende oplossing. Het opzegverbod bij ziekte zou bij een dergelijk oordeel van de bedrijfsarts teruggebracht moeten worden tot 6 maanden. Veel werkgevers durven zelfs geen kritiek op sommige slecht functionerende werknemers te hebben, omdat ze bang zijn voor een ziekmelding die dan wel twee jaren arbeidsongeschiktheid kan veroorzaken. Bijna elke werkgever kan uit ervaring hierover meepraten.

Afschaffing preventieve ontslagtoets

D66 wil vasthouden aan een rechterlijke toetsing van de ontslagen, maar dan achteraf. Willekeurige ontslagen en ontslagen in strijd is met anti-discriminatiewetgeving moeten ook volgens D66 bestreden kunnen worden.

Er is een aanzienlijk verschil in weging door de rechter tussen ontslag vooraf en achteraf. Bij een onterecht ontslag vooraf krijgt de werkgever geen toestemming en behoudt de werknemer zijn baan. Bij een toetsing achteraf is de werknemer al een tijdje werkloos en niet meer werkzaam in de onderneming. Een andere werknemer kan zijn functie inmiddels ingenomen hebben.

Deze feitelijkheden werken door in de afwegingen die de rechter gaat maken. Een onterecht ontslag wordt dan niet teruggedraaid maar veel vaker door de rechter afgekocht met een tamelijk lage ontslagvergoeding. En dat is toch een verlies aan rechtskwaliteit. Het maakt verschil of de werknemer die op onjuiste gronden zijn baan is kwijtgeraakt zijn baan terugkrijgt of slechts een bescheiden bedrag aan geld.

Voor de ondernemers heeft een preventieve toets van een ontslag ook voordelen. Men weet snel waar men aan toe is. Het aantal werknemers dat nu in hoger beroep gaat is zeer beperkt. In buurland Duitsland kijken ondernemers met enige jaloezie naar onze preventieve ontslagtoets. Daar worstelen ondernemers met veel juridische procedures achteraf over ontslagen en weten ze pas na jaren waar ze aan toe zijn.

Dat de toetsing achteraf veel minder procedures zal opleveren is gelet op de praktijk niet zeker of het zou al moeten zijn dat de werknemer geen geld heeft om te procederen en evenmin een rechtsbijstandsverzekering heeft of lid is van een vakbond.

In de praktijk wordt nauwelijks een ontslagverzoek bij de rechter of het UWV ingediend waarbij tevoren niet met de werknemer overlegd is over een schikking voor een beëindigingsovereenkomst. De beëindigingsovereenkomst is de nieuwe hoofdroute van ontslag. Dat is ook zo bedoeld in de WWZ en een eerste grote evaluatie onder arbeidsrechtjuristen in de maand juni laat dat resultaat ook zien. Er wordt minder geprocedeerd en meer onderhandeld dan onder het oude recht. Alleen als een werknemer niet wil schikken moet de werkgever een procedure opstarten om een ontslag te verkrijgen. Daarom is te verwachten dat ook bij een toetsing van het ontslag achteraf er niet veel minder geprocedeerd gaat worden. Ervaringen in het huidige ambtenarenrecht laten ook zien dat bij een rechterlijke toetsing van het ontslag achteraf er nog veel geprocedeerd wordt.

De afschaffing van de preventieve ontslagtoets is om deze redenen niet de weg die we moeten willen bewandelen.

Minder tijdelijke contracten

Ondanks het structurele karakter van de verrichte arbeid kiezen veel werkgevers voor een tijdelijk contract met een andere werknemer in plaats van de tijdelijke werknemer die goed functioneerde een vaste baan aan te bieden. Om deze repeterende tijdelijke contracten bij structureel bestaande arbeid en functies tegen te gaan zou het terugkeerrecht van toepassing kunnen worden verklaard. Het terugkeerrecht is nu alleen van toepassing bij bedrijfseconomische ontslagen met instemming van het UWV als de ontslagen werknemer binnen 6 maanden na zijn ontslag verneemt dat een andere persoon op zijn oude functie is aangenomen of ingeleend. De werkgever moet dan eerst de ontslagen vaste werknemer de functie aanbieden.

Dat terugkeerrecht stel ik voor uit te breiden in het geval van repeterende tijdelijke contracten. Een tijdelijke werknemer die na twee jaren zijn contract niet ziet omgezet in een vast contract en daarna binnen 6 maanden constateert dat een andere persoon in zijn functie voor tijdelijk is aangenomen of ingeleend, heeft dan het recht om deze functie alsnog te vervullen en dan voor vast. Bij zuiver tijdelijk werk, ziektevervanging, projecten, opleidingsfuncties en seizoenswerk geldt het terugkeerrecht niet. Ook zou het terugkeerrecht niet moeten gelden als de werkgever kan aantonen dat werknemer onvoldoende heeft gefunctioneerd en dat dat de reden is waarom geen vast contract is aangeboden.

Tenslotte

De hiervoor genoemde voorstellen zijn voor een volledige en evenwichtige verbetering van het arbeidsrecht niet compleet. Verder onderzoek kan gedaan worden naar de afschaffing van de doorberekening van de uitkeringen via de premies ZW en WIA gedurende maximaal 12 jaren aan de ondernemers. Ook bij de echt gevaarlijke sporten – volgens criteria van de sport- en reisverzekeringen – zouden de werknemers bij de daardoor ontstane arbeidsongeschiktheid kunnen meebetalen. Hoewel hun aantal door de afschaffing van de VAR lijkt af te nemen zal ook de positie van de zzp-ers betrokken moeten worden.

Met deze voorstellen kan inhoudelijk het debat over dringend gewenste aanpassingen van het arbeidsrecht meer concreet gevoerd worden dan vage opmerkingen in de notitie van D66.

 

Mr. Bert Tol, augustus 2016

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

1 juli 2006 – 1 juli 2016

Bert Tol Bureau Arbeidsrecht viert tweede lustrum!

 

Op 1 juli 2016 is het 10 jaar geleden dat Bert Tol Bureau Arbeidsrecht van start ging als een zelfstandige juridische praktijk in het Arbeidsrecht.

We kijken terug op intensieve, boeiende en leerzame jaren. Datgene wat ik destijds voor ogen had -een onderneming met een beperkte schaalgrootte en een duidelijk specialisme: Arbeidsrecht – is gelukt. Vanaf 2009 is in deeltijd ook mijn echtgenote Frea op allerlei manieren faciliterend werkzaam. Maar verder doen we, op de inzet van enkele specialisten op pensioen- en fiscaal gebied na, grotendeels alle werkzaamheden zelf.

 

De veranderingen in werkveld in de aflopen tien jaren zijn aanzienlijk.

 

Van Pro-forma naar Vaststellingsovereenkomst

Op 1 oktober 2006 is de beëindigingsovereenkomst bij wet door het UWV erkend als instroom route naar een WW-uitkering. Intussen is de beëindigingsovereenkomst (ook wel vaststellingsovereenkomst genoemd) de belangrijkste route geworden voor een noodzakelijk ontslag. De tot dan toe vaak gebruikte pro-forma ontbindingen via de kantonrechter, zijn in de afgelopen jaren dan ook sterk afgenomen.

Crisis en Deeltijd WW

De economische crisis begon eind 2008 en duurde tot ongeveer 2014. Het aandeel dossiers dat ging over ontslag lag in die periode op ca 75%. Soms was het bijzonder hectisch om ‘tijdig en goed’ werk te kunnen leveren. In de jaren 2009 -2011 hebben we met regelmaat de optie Deeltijd-WW toegepast. En na afschaffing van die regeling is vaak het alternatief – deeltijd ontslag – gebruikt. Daarbij kon de werknemer ook aanspraak maken op een WW-uitkering.

Ambtenarenrecht

Voor ambtenaren heeft de hoogste ambtenarenrechter, de Centrale Raad van Beroep, in februari 2013 een rekenformule in het leven geroepen. Daarbij kan – als het ontslag is gegrond op een verstoorde verhouding – bepaald worden of de overheidswerkgever nog een extra ontslagvergoeding aan de ambtenaar is verschuldigd. Een enigszins merkwaardige ontwikkeling, omdat de Hoge Raad in 2012 bij kennelijk onredelijk ontslagprocedures had besloten dat juist geen rekenformule mag worden toegepast voor de berekening van een ontslagvergoeding.

Wet Werk en Zekerheid

In het jaar 2015 is de wet Werk en Zekerheid in werking getreden. De kantonrechtersformule is toen afgeschaft en de wettelijke transitievergoeding – die qua vergoeding ca 60% lager ligt – is ervoor in de plaats gekomen. Nieuw is dat deze vergoeding nu ook verplicht is bij ontslagen na toestemming van het UWV.

Procederen en Schikken

Procederen is echter voor werkgevers riskanter geworden. De ontslaggronden zijn strikter omschreven waardoor er veel meer afwijzingen zijn bij een ontslagaanvraag. Het effect is dat er meer schikkingen zijn dan vroeger. Door de veel lagere ontslagvergoedingen is ook voor de werknemer procederen minder interessant geworden.

Voorlichtingsbijeenkomsten

In de periode 2014-2015 hebben we meer dan 10 voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd over de werking van het Nieuwe Arbeidsrecht (WWZ). En daar zijn we ook in het jaar 2016 mee doorgegaan. De eerstvolgende bijeenkomst over Dossiervorming staat gepland op 29 september a.s.

Zzp’ers en afschaffing van de VAR

De opkomst van de zzp’er is de laatste belangrijke trend. In 2006 waren dat er nog geen half miljoen, nu zijn dat er meer dan 1 miljoen. In onze dienstverlening is deze groei ook te merken. De laatste vijf jaar is het juridisch advies en procedures rond het voortijdig afbreken van een opdracht toegenomen. Daarom houden we ons ook bezig met de afschaffing van de VAR. We geven juridisch advies over de juiste modelovereenkomst of stellen zelf een overeenkomst op. Daarvoor vragen we dan de goedkeuring van de Belastingdienst.

Wat bleef…

Niet alles is veranderd in de afgelopen 10 jaar. Wat bijvoorbeeld gebleven is zijn de geschillen over een ontslag op staande voet, het concurrentiebeding of het relatiebeding en de geschillen bij de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers.

Toekomst

De komende jaren zal er veel veranderen. Eindelijk gaan de Rechtbanken bij arbeidsrechtelijke procedures (naar verwachting in 2017/2018) over op digitale dossiers. Daar passen we nu al steeds meer de werkwijze op aan.

Maar met uw adviesaanvragen gaan we op de vertrouwde wijze verder. Kenmerkend bij ons zijn naast een gedegen kennis van het Arbeidsrecht, een hoge graad van slagvaardigheid en klantgerichtheid en last but not least een zeer concurrerend tarief.

We hopen dat nog veel jaren te kunnen voortzetten.

 

Een hartelijke groet uit het mooie Zwolle.

 

Mr. Bert Tol, juni 2016

 

Arbeidsrechtjurist

Bureau Arbeidsrecht          tel. 038-45 35 025   [email protected]        www.berttol.nl

 

 

 

De angstschil voorbij

Onlangs was er een onderzoek onder het MKB waaruit bleek dat het aantal tijdelijke contracten was toegenomen. De ‘Wet Werk en Zekerheid (WWZ) mislukt’ luidde  – niet geheel onverwacht – de kop van het bericht.

Onze arbeidsrechtspraktijk speelt zich vooral af in het MKB. Ik spreek  met enige regelmaat ondernemers voor wie het een doodzonde lijkt te zijn medewerkers na afloop van een tijdelijk dienstverband een vaste aanstelling aan te bieden.

Flexibel personeel

Met sterk wisselende omzetten en lastige prognoses is de vraag naar flexibel personeel heel begrijpelijk. Het ene moment is er meer werk dan het andere en de ondernemer wil graag de loonkosten en de inzet van medewerkers laten mee-ademen met de hoeveelheid werk.  Een flexibele schil is dan ook een gegeven. Maar in de discussie van de laatste jaren speelt er naar mijn waarneming meer dan alleen deze behoefte aan flexibel personeel.

Vast contract

En dat is de angst voor de aanstelling van een vaste medewerker. Zelfs al heeft deze medewerker twee jaar van tijdelijke contracten achter de rug en is de ondernemer tevreden over de werkzaamheden, de medewerker zou niet meer te ontslaan zijn door het strengere ontslagrecht. Bovendien is er de vrees dat als de vaste medewerker ziek wordt de kosten van de loondoorbetaling bij ziekte, de re-integratie kosten en de lasten die daarna het UWV de onderneming brengt, de pan uitrijzen. Die vrees leidt tot aanstellingen van tijdelijke medewerkers  die omvangrijker zijn dan de behoefte aan flexibiliteit vanwege de wisselingen in de omzet. In feite is er dan naast een reguliere flexibele schil ook een angstschil van tijdelijke medewerkers gecreëerd.

Ziekte

Ik wil niet ontkennen dat een bedrijf met vijf medewerkers waarvan er twee ernstig ziek worden en na twee jaar instromen in de WIA , financieel een zeer zware last dragen. Wat mij betreft komt dan ook de loondoorbetaling bij ziekte (voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers) na 1 jaar voor rekening van het UWV en worden de kosten daarvan gedragen door het collectief van alle werkgevers, werknemers en eventuele andere belastingbetalers. Op dit moment  wordt daar onderzoek naar gedaan en zijn er in “Den Haag” discussies gaande. Het idee van de sociale partners om bij een ontslag na twee jaar ziekte, te regelen dat  het UWV aan de ondernemer de transitievergoeding – die deze aan de werknemer betaalde – te vergoeden, zet ons wellicht op het goede spoor. Dat is namelijk een oplossing die aan werknemersrechten niet te kort doet maar de lasten van deze regeling verdeelt over het collectief.

Ontslagrecht

Maar nu weer terug naar het ontslagrecht. Ook in het nieuwe ontslagrecht worden er nog steeds meer aanvragen voor ontslag door het UWV en de kantonrechter toegekend dan afgewezen.  Het ontslagrecht is dus niet hermetisch op slot. Mits er maar een goed ontslagdossier is. En daar wringt de schoen.

Ontslagdossier

Bij de afloop van een tijdelijk contract is geen ontslagdossier nodig en dat scheelt veel tijd en aandacht en dus kosten. Tijd en geld die er in feite niet is. Veel MKB ondernemingen kunnen de kosten van een meer bewerkelijk personeelsbeleid niet doorberekenen in hun kostprijs. Uiteindelijk zit daar het probleem. De klanten  – zo vermoedt de ondernemer – willen niet betalen voor diensten en producten waar de kosten van leidinggeven, functioneringsgesprekken, verbetertrajecten, coaching, aanspreken op verwijtbaar gedrag of disfunctioneren, transitievergoedingen etc.  in zijn verwerkt.  De crisis heeft veel ondernemers gesteund in de gedachte dat het verhogen van hun prijzen taboe is. Deze ondernemers hebben beslist een punt. Maar het haalt op termijn economisch gezien weinig uit. Het weghalen van een gemeenschappelijke  kostenpost –  lees een meer  bewerkelijk personeelsbeleid –  leidt niet tot een verandering van concurrentie verhoudingen voor het MKB. Het is een economische wet dat dan de concurrentie op een lager kostenniveau  wordt voortgezet.

Economische stabiliteit

De juridische figuur van de vaste arbeidsovereenkomst die eenzijdig en zonder toetsing met een simpel briefje van de werkgever kan worden opgezegd, zal in Nederland niet ontstaan. Voor een zo ingrijpend weghalen van de werknemersbescherming bestaat geen politiek draagvlak en het staat ook op gespannen voet met de Europese richtlijnen.  De samenleving – waaronder het bedrijfsleven – als geheel, heeft veel baat bij de economische en sociale stabiliteit van veel consumenten en die is verbonden met hun vaste arbeidsovereenkomst.

De vaste arbeidsovereenkomst met een bescherming tegen willekeurige ontslagen is en blijft derhalve een feit.  Het MKB bedrijfsleven doet er beter aan deze realiteit onder ogen te zien en het personeelsbeleid daar op af te stemmen.  Teveel tijdelijk personeel remt de groei en ontwikkeling van de onderneming. In vast personeel kan ook veel beter worden geïnvesteerd omdat de baten terugvloeien in de eigen onderneming. Het steeds maar inwerken van tijdelijke krachten is ook een aanzienlijke verborgen kostenpost. Structurele arbeid vraagt om vast personeel. Uiteraard mag van de medewerker – met het voorrecht van een vast contract – ook veel aan motivatie en bereidheid tot scholing verwacht worden.

Angst is een slechte raadgever. Dat geldt ook voor de opvatting dat het een doodzonde is een tijdelijk medewerker een vaste aanstelling aan te bieden.

 

Mr. Bert Tol, mei 2016

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Conflictstof rond de dominee

Tussen kerkenraad en predikant zijn samenwerkingsproblemen numeriek de belangrijkste oorzaak van conflicten. Zeer herkenbaar en menselijk, want het komt voor in alle arbeidsverhoudingen zowel bij overheden en instellingen als bij ondernemingen. Maar desondanks lastig en het kan uiteindelijk een blokkade vormen om samen verder te kunnen. Betrekkelijk zelden is er een geschil over de theologie of over wangedrag of een strafbaar feit. Gelukkig maar.

Als coaching, verduidelijking van afspraken, visitatie, mediation, een convenant, ruiling of vrijwillig vertrek niet helpt of geen oplossing biedt om de samenwerking te verbeteren, komt voor alle betrokkenen ongewild toch een ontslag van de dominee in beeld. In kerktaal heet dat losmaking.

Zowel vanuit de kant van een kerkenraad alsook op verzoek van een predikant, hebben we veel ervaring in advies en rechtsbijstand in een traject van losmaking en in het zoeken naar alternatieve oplossingen.

Samenwerkingsproblemen

De samenwerkingsproblemen tussen een kerkenraad en predikant  kennen een bijzonder aspect. Immers aan het idee van kerk-zijn zijn idealen van vrede en recht verbonden. We hebben het dan over de grote rol van wederzijdse en zeer diverse verwachtingen die keer op keer een rol spelen bij het ontstaan van conflicten.

Het beroep van dominee lijkt aan innerlijke tegenstrijdigheid te lijden. De predikant is qua ambt een ouderling, maar er zijn betekenisvolle verschillen. De predikant is een gewoon mens net als ieder ander, maar van hem of haar wordt wel een – in alle opzichten – ‘voorbeeldig’ gedrag verwacht. Worden ouderlingen/oudsten en diakenen voor bepaalde tijd benoemd, een dominee wordt voor het leven bevestigd in het ambt en in de plaatselijke kerk meestal beroepen voor onbepaalde tijd.  Een bezoek van een dominee wordt doorgaans anders ervaren dan een bezoek van een ouderling of diaken. Een predikant is een betaalde professional en ouderlingen/diakenen zijn onbetaalde vrijwilligers.

Positie predikant

Wie nog verder doorvraagt en wil weten wat de positie van een dominee is, komt meteen aan een andere vraag: wat is de kerk en wat betekent de onderlinge verbondenheid daarin? Kortom de verwachtingen van kerkleden voor wat de dominee of pastor voor hen is, lopen vaak uiteen.

Het kerkbestuur wordt uitgeoefend door een kerkenraad. Dikwijls met een dagelijks bestuur wat wordt aangeduid als moderamen. Ook daar zijn de verwachtingen over de onderlinge verhouding vaak onuitgesproken en ingekleurd. In de relatie tussen kerkenraad en predikant dient de laatste wel de eindverantwoordelijkheid en de bevoegdheid van de kerkenraad te erkennen, maar de predikant heeft in de regel geen arbeidsovereenkomst maar een verbintenis met de kerk. Van werkgeversgezag is dan geen sprake. Heeft de kerkenraad wel het recht van eenzijdige instructie? Hoe de bestuurlijke relatie moet worden ingevuld is dus niet zo eenvoudig te zeggen. Een volgende ideale voedingsbodem voor spanningen en conflicten tussen kerkenraad en dominee. Dat wordt nog versterkt doordat veel predikanten zich 24/7 uur beschikbaar voelen en in de praktijk niet altijd even goed zijn in organiseren en delegeren.

Procedures

Bij de meeste kerkgenootschappen is de predikant geen werknemer en valt hij dus niet onder de sociale werknemersverzekeringen. Dus geen WW of ZW/WIA voor een dominee die ontslagen of langdurig ziek wordt. Daar is ook geen premie voor afgedragen. Voor hem of haar rest de bijstand. Dat maakt een ontslag ook duur voor de kerken. De PKN heeft een wachtgeldregeling en de kleinere protestantse kerken (GKV, NGK CGK) hebben collectieve regelingen met meer of minder ruimte voor maatwerkafspraken. Ook zijn er bij deze vier kerkelijke denominaties allerlei procedures bij classis en College voor de Ambtsontheffing, College voor Beroep etc., voordat een predikant kan worden losgemaakt van de gemeente.  In kerken die zich rekenen tot de Baptisten, Pinksterbeweging of Evangelische Gemeenten zijn de collectieve afspraken – als die er zijn – veel beperkter. De kosten van een losmaking worden dan vaak niet of in veel mindere mate gedeeld met andere kerken.

Losmaking

Losmaking is een uiterst middel. In zoverre sluit dat aan bij het arbeidsrecht voor werknemers. Als schorsing en daarna losmaking onvermijdelijk wordt dan dient het zorgvuldig te gebeuren. In de praktijk gaat dat nog wel eens mis omdat velen in het kerkrecht weinig deskundig zijn.

Rechtspositie

Juridisch gezien hebben kerken een eigen rechtspositie. De scheiding van kerk en staat brengt mee dat de burgerlijke rechter zeer terughoudend is en toepassing van het eigen kerkrecht voorop stelt. Dat kerkrecht wordt vormgegeven door de kerkorde en uitgewerkt in ordinantiën, werkorde en andere interne regelingen. Het daar beschreven recht gaat voor het burgerlijk recht. Het is echter een misverstand  te denken dat het eigen kerkrecht geheel geïsoleerd staat van het burgerlijke recht. Er zijn fundamentele rechtsbeginselen die doorwerken in het kerkrecht ook al zijn ze niet expliciet daarin beschreven. Denk hierbij aan het beginsel van hoor en wederhoor, toezending en inzage in alle stukken van het dossier, wraking van partijdige geschillenbeslechters etc.

Communicatie

Naast de zorgvuldige naleving en toetsing van het kerkrechtelijke aspect zal ook  veel aandacht dienen te zijn voor de communicatie, mede om te voorkomen dat conflicten almaar verder uitdijen. In de kerkelijke gemeente zijn vaak tegengestelde loyaliteiten ten opzichte van de predikant. En een predikant die losgemaakt wordt zal in de regel wel een reële kans dienen te ontvangen in het kerkgenootschap om elders opnieuw beroepen te kunnen worden. Dat stelt hoge eisen aan de communicatie.

Mr. Bert Tol, maart 2016

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Voorlichtingsavond Ontslagrecht

Voorlichtingsavond Ontslagrecht & Dossieropbouw

 

Op dinsdagavond 12 april hadden we weer een geslaagde voorlichtingsbijeenkomst in Zwolle toegespitst op het MKB.

Aan de orde kwam de transitievergoeding. Wanneer is die verschuldigd en hoe kun je zoveel mogelijk daarop besparen? Ook bespraken we de urgentie van een goed opgebouwd dossier zodat een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet vastloopt bij de Kantonrechter. En we bespraken situaties van ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever waarbij een billijke vergoeding verschuldigd is bovenop de transitievergoeding.

En tot slot nog de laatste wetenswaardigheden rondom de tijdelijke contracten.

Unaniem was de conclusie dat het een leerzame avond was!

 

Wilt u de volgende keer ook aanwezig zijn?

Volg ons op Social Media of schrijf u in voor onze Nieuwsbrief.

 

Ook is het mogelijk ons in te huren om onze kennis te delen met uw bedrijf, instelling of organisatie. Neem met ons contact op over de mogelijkheden!

 

Voorlichtingsbijeenkomst Dossieropbouw

Op 29 september 2016 organiseren we (in samenwerking met Van Hoek & Partners Carrière en Levensloop ) weer een voorlichtingsbijeenkomst over dossieropbouw. Het ontslagrechtrecht is niet helemaal op slot maar de kantonrechter wil bij een ontslagaanvraag wel een goed onderbouwd dossier zien van de werkgever. Onderwerpen die aan de orde komen zijn:

Wat is een verbetertraject? Hoe formuleer je verbeterpunten? Hoe vaak moet je een werknemer aanspreken of waarschuwen? Wat zijn de do’s en don’ts van een functioneringsgesprek?  Wanneer mag je de werkemail van de werknemer inzien? Wanneer zijn camerabeelden, gespreksopnames en/of track en trace informatie te gebruiken?

Deze bijeenkomst wordt gehouden in Zwolle tussen 16.00 en 18.00 uur en is kosteloos. Bij aanmelding per email op [email protected] ontvangt u een bevestiging met een aanduiding van de locatie.

Schorsing of Non-activiteit

Als een werknemer wordt geschorst of op non-actief wordt gesteld mag hij zijn werkzaamheden niet meer te verrichten.

 

Andere uitdrukkingen voor non-activiteit zijn vrijgesteld van werkzaamheden of ontheven van de functie. Al deze zegswijzen houden juridisch hetzelfde in. Daarom wordt in dit artikel vrijwel alleen het woord non-activiteit gebruikt.

 

Wanneer op non-actief gesteld?

 

Op non-actief gesteld worden komt vaak voor ter voorbereiding op een ontslag.

Voorbeelden voor aanleidingen tot deze ingrijpende maatregel zijn:

  • Een verstoorde arbeidsrelatie, slecht functioneren of een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de medewerker, voorafgaand en tijdens de behandeling van het ontslag bij de Rechtbank of UWV
  • Misdragingen van de werknemer (er wordt dan van schorsing gesproken)
  • Het onderzoek naar eventuele gegronde redenen voor ontslag of disciplinaire maatregelen door misdragingen van de medewerker
  • Conflicten tussen werknemers onderling
  • Het stoppen van bepaalde werkzaamheden door een reorganisatie of een afnemende vraag op de markt.

 

Juridische regels non-actiefstelling

 

Dat is niet in de wet geregeld. In de wet is wel opgenomen dat de werkgever zich als een ‘goed werkgever’ moet gedragen en dat een werknemer zich als een ‘goed werknemer’ moet gedragen.

Wel zijn er veel cao’s die bepalingen bevatten over non-activiteit. Het is dus raadzaam de cao er op na te slaan. Meestal voorzien die bepalingen in het tijdelijke karakter van de non-activiteit en in een procedure voor hoor en wederhoor.

 

In de wet is niet uitdrukkelijk bepaald dat een werknemer recht heeft op het uitvoeren van zijn functie of werk (en om die reden moet worden toegelaten)

 

Door kantonrechters of kort geding rechters wordt doorgaans wel aangenomen dat een werknemer op grond van het bepaalde in artikel 7:611 BW het recht heeft om te werk te worden gesteld, behalve wanneer de werkgever goede redenen heeft om de werknemer niet tot zijn arbeidsplaats toe te laten. Daarbij wordt gekeken naar alle omstandigheden van het geval.

 

Bijvoorbeeld, de duur van het dienstverband, het functioneren van de werknemer (ook in het verleden), de vraag of er functioneringsgesprekken hebben plaatsgevonden, de reden voor de schorsing, enz. Zo wordt een afweging gemaakt tussen het belang van werkgever om werknemer op non-actief te stellen en het belang van werknemer om op zijn arbeidsplaats te worden toegelaten.

 

Recht op loondoorbetaling

 

Bij een non-activiteit moet de werkgever het loon doorbetalen.

 

De periode van non-activiteit mag de werkgever -zonder instemming van de werknemer- dan ook niet afboeken van het vakantieverlof. In beginsel geldt deze continuering voor alle arbeidsvoorwaarden. Echter een reiskostenvergoeding woon-werk verkeer hoeft niet te worden doorbetaald om de eenvoudige reden dat er geen reiskosten gemaakt worden.

 

Inleveren bedrijfseigendommen

 

Bij het ter beschikking stellen van een bedrijfsauto, laptop, mobiele telefoon etc. kan discussie ontstaan of deze ook meteen ingeleverd moeten worden. Als er een gebruikersovereenkomst is overeengekomen, waarin bepalingen staan hoe gehandeld moet worden bij non-activiteit, dan is deze overeenkomst leidend. Niet ongebruikelijk is een algemene bepaling in de gebruikersovereenkomst of arbeidsovereenkomst, dat de werknemer meteen na een eerste (schriftelijk) verzoek van de werkgever de hem ter beschikking gestelde zaken dient af te geven.

 

In het algemeen is het onzorgvuldig in het gesprek waarbij de medewerker op non-actief wordt gesteld, per direct de medewerker te verplichten de autosleutels, de laptop en de telefoon af te geven.

 

Belangenafweging werkgever

 

Een goed werkgever moet dus alle betrokken belangen tegen elkaar afwegen. Indien de schorsing of non-activiteit niet opweegt tegen het belang van werknemer om te worden toegelaten tot zijn arbeidsplaats, handelt de werkgever, indien hij toch tot schorsing of non-activiteit overgaat, niet zoals van een goed werkgever verlangd mag worden.

 

Kort geding opstarten

 

De werknemer dient echter wel actief op te treden als hij het niet eens is met de schorsing of non-activiteit. Stilzitten werkt meestal in het nadeel van de werknemer. Daarom zal hij zich in elk geval schriftelijk bereid moeten verklaren de bedongen arbeid te verrichten en opheffing van de non-activiteit te vragen. Het belang van werknemer is ook hierin gelegen dat hij door de maatregel van non-activiteit gekwetst en aangetast wordt in zijn eer en goede naam.

 

De werknemer kan vervolgens de kwestie in een kort geding aan de voorzieningenrechter voorleggen.

Daarvoor is het raadzaam ons in te schakelen om de proceskansen te beoordelen en zo nodig op te treden.

Hoe langer een werknemer op non-actief is gesteld hoe moeilijker het namelijk wordt om weer aan het werk te komen. De werknemer kan in dat kort geding vragen de werkgever te veroordelen om de werknemer weer aan het werk te laten. De voorzieningenrechter zal dan een voorlopig oordeel geven over de vraag of de werknemer door de werkgever terecht op non-actief is gesteld. Hij zal bij zijn oordeel alle omstandigheden van het geval betrekken en op basis daarvan oordelen of de werkgever een goede grond had om de werknemer op non-actief te stellen.

 

Mr. Bert Tol, november 2015

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Beëindigings- of vaststellingsovereenkomst

Wil uw werkgever in overleg met u de arbeidsovereenkomst beëindigen? Heeft u een beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst ontvangen van uw werkgever?

 

Dan vraagt u zich waarschijnlijk af wat u het beste kunt doen. Kan ik de overeenkomst tekenen? Is de ontslagvergoeding redelijk? Krijg ik wel WW als ik teken? Wat gebeurt er als ik niet teken? Ik ben ziek, is dat een probleem?

Het is logisch dat u veel vragen heeft als uw werkgever u een beëindigingsovereenkomst heeft gegeven. We kunnen u daarbij helpen.  We adviseren u bij de beslissing om de overeenkomst al dan niet te tekenen. En natuurlijk helpen we u bij eventuele onderhandelingen over de voorwaarden in de beëindigingsovereenkomst.

Ontslag met wederzijds goedvinden

In Nederland kan ontslag op verschillende manier plaatsvinden.

Afhankelijk van de grond van het ontslag (artikel 7:669 BW) moet de werkgever een verzoek indienen bij het UWV of de Kantonrechter. De werkgever kan bijvoorbeeld een ontslagvergunning aanvragen bij UWV en u daarna ontslaan. Ook kan hij aan de Kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Het is dan de Kantonrechter die beslist of u ontslagen wordt.

In veel gevallen gaat het anders: werkgever en werknemer zijn of worden het (min of meer) eens over het ontslag en spreken af dat de arbeidsovereenkomst eindigt. De voorwaarden van het ontslag zetten zij dan in een beëindigingsovereenkomst.

Wat staat er in de beëindigingsovereenkomst of vaststellingsovereenkomst?

In de beëindigingsovereenkomst komen o.a. de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.
  • Het bedrag van de ontslagvergoeding of transitievergoeding als die ontvangen wordt.
  • De eventuele periode van doorbetaald verlof of non-actiefstelling.
  • Wat is opgenomen over een positief getuigschrift en referenties?
  • Is er een 13e maand, een bonus of winstuitkering die voor uitbetaling in aanmerking komt?
  • Staan er nog vakantietoeslag / vakantiedagen open op de einddatum?
  • Wat gebeurt er met een eventueel concurrentiebeding en relatiebeding?
  • Staat er een finale kwijting in de overeenkomst?
  • Vergoedt de werkgever de kosten van juridisch advies?

Voor een volledig overzicht kunt u de Checklist Beëindigingsovereenkomst of Vaststellingsovereenkomst raadplegen.

Beëindigingsovereenkomst en WW

Het is erg belangrijk om de beëindigingsovereenkomst kritisch te bekijken. De beëindigingsovereenkomst moet namelijk aan een aantal eisen voldoen om later een WW-uitkering te kunnen krijgen.

Zo moet er in elk geval in staan dat het initiatief van het ontslag bij de werkgever ligt. Als u zelf ontslag neemt, wordt de uitkering immers geweigerd. Ook beoordeeld het UWV of de opzegtermijn correct is nagekomen en of er geen sprake is van ontslag op grond van een dringende reden. Dat is een reden die voor de werkgever aanleiding geeft tot een ontslag op staande voet.

We helpen u graag op weg naar een “WW veilige” beëindigingsovereenkomst en adviseren bij de aanvraag van de WW-uitkering.

Beëindigingsovereenkomst en ziekte

Als u ziek bent, is het niet altijd mogelijk om een beëindigingsovereenkomst te tekenen. Het is in elk geval een probleem als u nog ziek gemeld bent op het moment dat u uit dienst gaat.

Als u een beëindigingsovereenkomst heeft getekend en u gaat vervolgens ziek uit dienst dan wordt uw Ziektewetuitkering namelijk geweigerd. U heeft dan een zogenaamde “benadelingshandeling” gepleegd.

Vaak is het wel mogelijk om tijdens ziekte te vertrekken met een beëindigingsovereenkomst, maar daarbij is goed advies van groot belang.

Zeker bij ziekte is het dus raadzaam om ons naar de beëindigingsovereenkomst en uw persoonlijke omstandigheden te laten kijken.

Bedenktijd

Zodra u het met uw werkgever eens geworden bent en de overeenkomst is getekend, heeft u nog bedenktijd. Met andere woorden: u kunt er nog onderuit. U kunt de beëindigingsovereenkomst binnen 14 dagen nadat u de overeenkomst bent aangegaan, ontbinden. Daarbij hoeft u geen redenen op te geven. Voldoende is dat u schriftelijk aan uw werkgever te kennen geeft dat u de beëindigingsovereenkomst ontbindt.

Uw werkgever moet in de beëindigingsovereenkomst vermelden dat u het recht heeft om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden. Doet uw werkgever dat niet, dan heeft u zelfs 21 dagen de tijd om te mogen ontbinden.

Een bepaling in de beëindigingsovereenkomst dat u geen recht zou hebben om deze overeenkomst binnen de bedenktermijn te ontbinden is niet rechtsgeldig.

De kosten van juridisch advies

Als u een beëindigingsovereenkomst heeft ontvangen, is het altijd raadzaam om een deskundig juridisch advies in te winnen. Zo weet u niet alleen of u een goede “deal” sluit met uw werkgever, u weet ook of uw uitkering straks veilig is. In deze tijden ligt een nieuwe baan immers niet altijd direct voor het oprapen.

De kosten van ons advies worden vaak geheel of gedeeltelijk door de werkgever vergoed.

Bemiddeling en onderhandelingen tussen €  750,– en € 1.250,–*

Vaak is de beëindigingsovereenkomst die u van uw werkgever krijgt niet meer dan een “openingsbod”. Het is dan niet meer dan wat ontslagvoorwaarden die nog ruimte voor onderhandeling bieden. Zeker als er geen sprake is van een Sociaal Plan maar van een individueel ontslag. Dan kan het vaak heel aantrekkelijk zijn om de onderhandelingen aan te gaan.

We doen voor u dit hele traject, tot aan de definitieve overeenkomst.

We onderhandelen met uw werkgever en begeleiden u naar een beter resultaat. Vaak worden deze kosten geheel of gedeeltelijk door uw werkgever vergoed. Dat is dan onderdeel van onze onderhandelingen met de werkgever.

*de prijzen zijn exclusief BTW

 

Mr. Bert Tol, november 2015

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Ontslag op staande voet

Zowel de werkgever als de werknemer kunnen op grond van een dringende reden de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. Dat is het zogenaamde ontslag op staande voet.

De werkgever hoeft voor deze beëindiging met onmiddellijke ingang geen toestemming te hebben van het UWV of de kantonrechter. Tevens hoeft er geen opzegtermijn in acht genomen te worden.

Een werknemer zal niet snel zelf een ontslag op staande voet nemen. Het UWV kent – afgezien van uitzonderlijke situaties – geen WW-uitkering toe als de werknemer zelf ontslag neemt. Hierna wordt alleen de situatie dat de werknemer ontslag op staande voet krijgt verder uitgewerkt.

Vanwege het direct ingaande en ingrijpende karakter van een ontslag op staande voet is de juridische toets van de rechter zwaar. Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet ligt de juridische lat hoog. Zowel aan werknemers als aan werkgevers geven we juridisch advies bij een ontslag op staande voet. Ook treden we voor hen op bij de Rechtbank.

Eisen ontslag op staande voet

Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet geldt een aantal vereisten. Allereerst moet sprake zijn van een “dringende reden”. Onder een dringende reden wordt in de wet verstaan eigenschappen of gedragingen van een werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voorbeelden van een dringende reden zijn: dronkenschap, drugsgebruik, misleiding, diefstal, grove belediging en bedreiging.

Het ontslag op staande voet moet “onverwijld” worden gegeven. Dat betekent dat een werkgever niet te lang mag wachten met het geven van ontslag nadat de dringende reden is ontdekt. Ten slotte geldt dat als het ontslag gegeven wordt de dringende reden “onverwijld” moet worden medegedeeld.

We adviseren regelmatig werkgevers die willen laten beoordelen of een bepaalde ongewenste situatie een rechtsgeldig ontslag op staande voet kan opleveren.

Werknemer betaald vergoeding

De werknemer die ontslag op staande voet krijgt is ter compensatie een “gefixeerde vergoeding” aan de werkgever verschuldigd. Deze vaste schadevergoeding betreft het loon over de opzegtermijn die in acht genomen had dienen te worden bij een ”gewone” opzegging door de werkgever.

Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarin geen artikel is opgenomen voor tussentijdse opzegging, bedraagt deze vaste schadevergoeding het loon over de resterende termijn van de arbeidsovereenkomst.

Voor de werkgever is het daarnaast nog mogelijk de schade die verband houdt met de reden voor het ontslag, bijvoorbeeld diefstal van een geldsom, te verhalen op de werknemer.

Aanvechten ontslag

De werknemer kan het ontslag op staande voet aanvechten. De gevolgen voor de werknemer zijn zeer ernstig omdat hij geen aanspraak meer heeft op loon. Ook heeft hij geen recht op een WW-uitkering. Bovendien is de vaste schadevergoeding alvast door de werkgever afgetrokken van de financiële eindafrekening.

De werknemer zal altijd een gerechtelijke procedure moeten starten om het ontslag op staande voet van tafel te krijgen. Dat kan op verschillende manieren:

  1. de werknemer dient binnen twee maanden na het gegeven ontslag een verzoekschrift tot vernietiging van het ontslag in bij de Rechtbank;
  2. de werknemer start een kortgedingprocedure tot wedertewerkstelling en vordering van loon.

Beide procedures kunnen we voor de werknemer bij de Rechtbank opstarten. Tevoren hebben we dan de proceskansen besproken. Ook hebben we het overleg gezocht met de andere partij of een reële schikking tot de mogelijkheden behoort.

Juridische procedures: verzoekschrift

De werknemer heeft naast het starten van een kort geding ook de mogelijkheid een verzoekschriftprocedure te starten. Daarin kan hij de kantonrechter verzoeken de opzegging te vernietigen en de werkgever te veroordelen tot betaling van het loon. Ook kan hij wedertewerkstelling vorderen en een groot aantal nevenverzoeken in dienen.

Dit geldt ook als de werknemer feitelijk berust in de (niet rechtsgeldige) opzegging, maar in zijn verzoekschrift aan de kantonrechter verzoekt om toekenning van verscheidene in de wet opgenomen schadevergoedingen. Denk daarbij aan een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een gefixeerde vergoeding. Het totaalbedrag van deze vergoedingen kan hoog oplopen.

Verder kan de werknemer verzoeken het non concurrentie- en relatiebeding te schorsen dan wel te vernietigen. En er kan worden verzocht om een positief getuigschrift, het vaststellen van de eindafrekening van vakantiedagen, 13e maand etc. etc.

Juridische procedures: verweerschrift

Werkgever kan zich daartegen met een verweerschrift verweren, maar kan tegelijkertijd eveneens een groot aantal zelfstandige tegenverzoeken aan de kantonrechter voorleggen.

Daarbij valt te denken aan het handhaven van het non concurrentie- en relatiebeding, het handhaven van de geheimhoudingsbepaling,  het vorderen van schadevergoeding wegens bijvoorbeeld fraude etc. Tevens kan de werkgever een verzoek tot toekenning van de al eerder genoemde gefixeerde schadevergoeding doen.

Tegen deze zelfstandige verzoeken van de werkgever dient de werknemer zich vanzelfsprekend door middel van opnieuw een verweerschrift te verweren. Werknemer is daarenboven nog vrij om gelijktijdig (of enige tijd later) nog een aantal vorderingen bij dagvaarding in te stellen.

Beslissing

De kantonrechter kan gelijktijdig op deze verzoeken en/of vorderingen beslissen. Maar hij kan ook beslissen de procedure nog enige tijd aan te houden. Op het ene verzoek zal immers sneller kunnen worden beslist dan op het andere. Hoewel het streven zal zijn partijen snel duidelijkheid omtrent de verschillende verzoeken en vorderingen te geven, bestaat het gevaar van langdurige procedures, waarbij tegen alle beschikkingen ook nog hoger beroep bij het Gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad openstaat.

Bureau Arbeidsrecht heeft veel ervaring met arbeidsrechtelijke geschillen. Heeft u vragen over ontslag op staande voet, neem dan contact met ons op.

Mr. Bert Tol, november 2015

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

Korting transitievergoeding kleine werkgever

Vanaf 1 juli 2015 kan een werknemer in beginsel aanspraak maken op een transitievergoeding als het dienstverband langer dan 24 maanden heeft geduurd.

De normale hoogte van transitievergoeding is voor de eerste 10 dienstjaren een derde maandsalaris (bruto) per dienstjaar en voor de dienstjaren daarna een half maandsalaris (bruto) per dienstjaar, met een maximum van € 75.000,– per ontslagen werknemer.

Kleine werkgevers – die minder dan 25 werknemers in dienst hebben – kunnen bij ontslag vanwege een slechte bedrijfseconomische situatie een beroep doen op de Overbruggingsregeling Transitievergoeding voor kleine werkgevers. De dienstjaren tot 1 mei 2013 tellen dan niet mee voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding.

De werkgever kan bij het aanvragen van een ontslagvergunning een ‘verklaring overbruggingsregeling transitievergoeding’ aanvragen. UWV toetst dan of een lagere transitievergoeding betaald mag worden mede op basis van de gegevens uit de ontslagaanvraag. Zonder indiening van een ontslagaanvraag wordt door het UWV hierover geen oordeel afgegeven. Een en ander vloeit voort uit het Besluit UWV verplicht gebruik formulier transitievergoeding van 7 juli 2015.

Strenge toets

Er is sprake van een strenge toets. De werkgever moet kunnen aantonen dat er drie verliesgevende boekjaren zijn, dat er een negatief eigen vermogen als bedoeld in het Besluit modellen jaarrekening is én dat de waarde van de vlottende activa kleiner is dan de kortlopende schulden.

Beoordeling korting UWV

Het UWV heeft formulieren opgesteld voor het indienen van een verzoek om een verklaring overbruggingsregeling transitievergoeding. Voor werkgevers zijn de formulieren beschikbaar via de website van het UWV. Dit formulier moet verplicht worden gebruikt én gelijktijdig met de ontslagaanvraag worden ingediend bij het UWV.

(Let er op als kleine werkgever dat tezamen met de ontslagaanvraag ook het verzoek om een verklaring overbruggingsregeling wordt ingediend. Als dat te laat gebeurt, kan het verzoek niet in behandeling worden genomen en is een hogere transitievergoeding het uitgangspunt.)

 

Mr. Bert Tol, november 2015

 

Arbeidsrechtjurist te Zwolle

Bureau Arbeidsrecht      tel. 038-45 35 025    [email protected]     www.berttol.nl

map1

Contactadres

Brederostraat 91

8023 AR ZWOLLE

Op de hoogte blijven van veranderingen in het Arbeidsrecht en het overeenkomstenrecht voor ZZP'ers? Laat hier uw e-mailadres achter en ontvang enkele malen per jaar onze digitale Nieuwsbrief.